|
|
|
ZUID-AMERIKAANSE MUZIEKVeel mensen denken bij Zuid-Amerikaanse muziek aan opzwepende ritmes en wild temperament. Maar zoals je Russische volksmuziek niet kunt vergelijken met de Spaanse flamenco, zo is er een wereld van verschil tussen de samba van Brazilië en de zamba van Argentinië. Toen de Spanjaarden en Portugezen na 1492 Midden- en Zuid-Amerika gingen koloniseren, troffen ze muziekuitingen aan die van plaats tot plaats enorm verschilden van wat zij zelf gewend waren. Meestal waren die vrij primitief. Alleen in de Andes, in de door de Inca's bestuurde rijken, bestond een bloeiende muziekkunst. Even krachtig als de kolonisatie van het land, was de kolonisatie van de cultuur. Indianen leerden de Europese polyfonie zingen en zij speelden viool, gitaar, harp en orgel; dit alles voor de erediensten. Nauwelijks bekend is, dat er in Zuid-Amerika prachtige barokmuziek is gecomponeerd die niet onderdoet voor de Europese. Ook de Europese wereldlijke muziek en dans drongen door. Tot op de dag van vandaag worden in Zuid-Amerika nog menuetten gedanst, onder de meest uiteenlopende namen. In het begin van de negentiende eeuw, nadat de Zuid-Amerikaanse staten zich hadden vrijgemaakt van Spanje en Portugal, kwamen daar mazurka's, polka's en walsen bij. Daarnaast heeft de ook in Zuid-Amerika populaire Italiaanse opera heeft een grote invloed gehad op de ontwikkeling van de verschillende volksmuziekstijlen. Hoe zich vanuit dit allegaartje van elementen de volksmuziek per streek ontwikkelde, hangt van diverse factoren af. Ten eerste, van wat er nog restte van de oude plaatselijke muziekcultuur. In de fluitmuziek van de Andes (Peru, Bolivia, Ecuador) is nog duidelijk het oorspronkelijke vijftoonsysteem te horen. Dit was gebaseerd op een toonladder van vijf tonen: la, do, re, mi, sol, la. In feite is dit een herschikking van natuurtonen. Er waren geen halve toonsafstanden, zoals bij ons tussen si en do, en tussen mi en fa. Maar in Chili, Paraguay en Mexico ontbrak zo'n vóór-Europese muziek vrijwel geheel. Die volksmuziek heeft een totaal ander karakter. Een andere factor was de afstand tot het moederland, Spanje, en tot Europa. De volksmuziek van Mexico is iets Europeser dan die van het verre Argentinië. Zo zijn ook elementen van de Spaanse flamencomuziek, die eind 18e eeuw tot bloei kwam, net nog doorgedrongen tot enkele delen van Mexico en Venezuela, die het dichtst bij Spanje liggen, maar ontbreken vrijwel overal elders. Ten slotte zijn in grote delen van Zuid-Amerika negerslaven geïmporteerd. Dezen hebben een uitgesproken voorkeur voor ritme en opvallend weinig belangstelling voor snaarinstrumenten. Zij hebben vooral een stempel gedrukt op de muziek van het Caribisch gebied, Noord-Colombia en Brazilië. Will J.B. Hus |
|